Begrippenlijst

Vastgoed begrippen

Uitleg van belangrijke termen en begrippen in vastgoedbeleggingen en projectontwikkeling. Van LTV tot DSCR - alles wat u moet weten helder uitgelegd.

Alfabetische index

A B D F H K L N R V

A

AFM (Autoriteit Financiële Markten)

Nederlandse toezichthouder op de financiële markten die regels opstelt voor beleggingsproducten en -diensten om investeerders te beschermen.

Aflossingsvrije hypotheek

Hypotheek waarbij alleen rente wordt betaald en de hoofdsom aan het eind van de looptijd in één keer wordt terugbetaald.

B

Bruto aanvangsrendement

Het jaarlijkse bruto huuropbrengst gedeeld door de aankoopprijs van het vastgoed, uitgedrukt als percentage.

Bestemmingsplan

Juridisch document dat bepaalt welke activiteiten toegestaan zijn op een bepaald stuk grond. Essentieel voor projectontwikkeling.

D

DSCR (Debt Service Coverage Ratio)

Maatstaf die weergeeft in hoeverre de kasstromen uit een vastgoedobject voldoende zijn om de hypotheeklasten te dekken. Een DSCR van 1,2 betekent dat er 20% marge is.

Due diligence

Grondige analyse en verificatie van alle aspecten van een investering voordat een definitieve beslissing wordt genomen.

F

Fondsbeheerder

Persoon of entiteit die verantwoordelijk is voor het dagelijkse beheer van een beleggingsfonds en de investeringsbeslissingen neemt.

Forward commitment

Overeenkomst waarbij een investeerder zich nu verbindt tot een toekomstige investering in een nog te ontwikkelen vastgoedproject.

H

Hypothecair krediet

Lening die wordt verstrekt met het vastgoed als onderpand. Bij wanbetaling kan de kredietverstrekker het vastgoed verkopen.

Huurrendement

Het jaarlijkse rendement dat wordt behaald uit huurinkomsten, meestal uitgedrukt als percentage van de investering.

K

KYC (Know Your Customer)

Verificatieproces waarbij financiële instellingen de identiteit van klanten controleren om witwasserij en financiering van terrorisme tegen te gaan.

Kasstromen

De geldstromen die binnenkomen (huur, verkoop) en uitgaan (onderhoud, beheer, belastingen) bij een vastgoedinvestering.

L

LTV (Loan-to-Value)

Verhouding tussen de lening en de waarde van het onderpand, uitgedrukt als percentage. Een LTV van 70% betekent dat 70% van de vastgoedwaarde wordt gefinancierd.

Liquiditeit

De mate waarin een investering snel en tegen een redelijke prijs kan worden omgezet in contant geld.

N

Netto aanvangsrendement

Het bruto aanvangsrendement verminderd met de kosten voor beheer, onderhoud, verzekeringen en belastingen.

NOI (Net Operating Income)

De netto operationele inkomsten van een vastgoedproject na aftrek van alle operationele kosten, maar vóór financieringskosten en belastingen.

R

Risicospreiding

Het verdelen van investeringen over verschillende projecten, locaties of sectoren om het totale risico te verlagen.

ROI (Return on Investment)

Het rendement op een investering, berekend als de winst gedeeld door de investering, uitgedrukt als percentage.

V

Vastgoedwaardering

Het proces van het bepalen van de marktwaarde van vastgoed door een gecertificeerde taxateur, essentieel voor financiering en investeringsbeslissingen.

Voorkeursrecht

Het recht van een investeerder om als eerste in aanmerking te komen voor nieuwe investeringsmogelijkheden of uitbreidingen van bestaande projecten.

VvE (Vereniging van Eigenaren)

Juridische organisatie die het gemeenschappelijke beheer van een appartementen- of bedrijvencomplex regelt.

Begrip niet gevonden?

Staat het begrip dat u zoekt er niet tussen? We helpen u graag verder met uitleg over vastgoed- en beleggingstermen.